panta rhei

Ik schik me graag in ons zelfbedachte concept van tijd. Ik hou me aan eten rond zessen, koffie rond vieren, noem het en ik conformeer.Dus zo rond oudjaar verval ik in momenten van overpeinzing. Nadenken over het afgelopen jaar, analyseren wat er is gebeurd, vooruitblikken naar wat mogelijk gaat komen, als het even kan bij een knapperend vuur in een open haard (gaat in de praktijk niet op, maar het zou het plaatje wel mooi afmaken toch?). 

Afgelopen jaar was om het zacht uit te drukken turbulent. Een gekozen eind aan mijn eerste liefde, krap gevolgd door een grote verhuizing van mijn ouderlijk huis in een piepklein dorpje naar een eigen plekje in de grote stad. Beide beslissingen bleken de juiste, maar gemakkelijk is het niet geweest. In de stad zit niemand op je te wachten, alles moet je zelf voor elkaar zien te krijgen. Als je vanaf je vijftiende gewend bent aan een lief die je hand vasthoudt en je de weg wijst is dat moeilijk. Als je uit een warm nest komt met een mama die het liefst haar kindjes de hele dag om zich heen heeft en ze graag verwent, is dat nog iets moeilijker.

Tot het besef komt dat er eigenlijk niets echt mis kan zijn, wat je ook doet. Want dat warme nest blijft waar het is, wachtend op jou als je het moeilijk hebt, je uitzwaaiend als je de terugweg naar de grote stad weer aankan. De wetenschap dat dat blijft, en dat je daarnaast een heel eigen plekje met ultieme vrijheid bezit is geruststellend en beangstigend tegelijk. Ik begin eraan te wennen, langzaam maar zeker heb ik na een weekendje bij m’n paps en mams zin om terug te gaan naar de stad, naar hectiek en chaos,  nachtenlang dansen, eten als je er zin in hebt, winkels die nooit sluiten en een gang vol huisgenoten.

Deze dingen, en nog veel meer, overpeins ik nu. In mijn kleine, oude bedje, in m’n oude kamertje, met m’n iBook op schoot denk ik na over de dingen zoals ze zijn, zoals ze waren en zoals ik hoop dat ze gaan worden. Na een lange nacht aan de keukentafel met m’n mams en een hoop drank, een nacht waarin alles wat ons bezighield langskwam, zie ik de dingen weer in hun perspectief. Ik begrijp weer dat wat ik voel, doe, niet doe, nog niet durf en nu wel ineens durf maar eerder nooit niet abnormaal zijn. Dat ik groei, ontdek, verander, hetzelfde blijf, ontwikkel, blijft steken en bloei. Dat niet alleen ik, maar ook zij veranderen, de lieverds die ik achterliet. Dat iedereen een nieuwe plekje moet zoeken sinds ik weg ben, niet alleen ik. Alles stroomt en niets blijft.

There are no comments on this post

Leave a Reply